Kledingstoffen: hoe duurzaam zijn biokatoen, lyocell en hennep?

Verzorg me
Femke JaarsmaFemke Jaarsma

De textielindustrie is nogal vervuilend - en dat is nog zacht uitgedrukt. Gelukkig wordt er steeds meer kleding gemaakt die het milieu minder belast. Hoe weet je of een kledingstuk ‘groen’ en ‘eerlijk’ is? Voor welke stoffen kun je het beste kiezen? Wij helpen je een beetje op weg.

Of een stof duurzaam (of in elk geval duurzamer) is, wordt bepaald door de productiewijze. Een stof kan duurzamer zijn omdat er weinig water en energie nodig is voor de productie. Of omdat de levensduur lang is, of het materiaal goed recyclebaar. Fair fashion - eerlijke mode dus - gaat nog een stapje verder. Daarbij spelen ook de arbeidsomstandigheden van de mensen die betrokken zijn bij de productie van de stoffen een rol. Dit gaat dus behalve milieu- ook over de sociale impact.

Zo zie je of kleding duurzaam is

Helaas: dat is nog best lastig. Met het blote oog zie je meestal niet of die fijne jeans een beetje (of liever: helemaal) duurzaam of zelfs fair is. Er zijn wel wat kledingkeurmerken waar je op kunt letten. De keurmerken Global Organic Textile Standard (GOTS) en OEKO-TEX 100 komen het vaakst voor.

GOTS versus OEKO-TEX

Het keurmerk GOTS garandeert een milieuvriendelijke, veilige, sociaal verantwoorde en biologische stof. Dit slaat dus op ecologische aspecten én werkomstandigheden. Een kledingstuk met het gezondheidskeurmerk OEKO-TEX Standard 100 is vrij van chemicaliën. Het is beter voor je huid en je gezondheid, maar zegt niets over eerlijke productie of impact op het milieu. Stoffen met dit label zijn ook niet per se biologisch.

3x duurzamere stoffen

1. Biologisch katoen

Katoen is de meest gebruikte natuurlijke grondstof in kleding, maar ook eentje die voor problemen zorgt. Biologisch katoen (ook wel organic cotton) is een duurzamer alternatief. Bij de productie worden namelijk geen kunstmest en bestrijdingsmiddelen gebruikt. Minpunt: de opbrengst van biokatoen is een stuk lager. Er is dus meer grond nodig voor de teelt. En de meeste kledingstukken zijn niet volledig bio, maar een organic blend. Oftewel: bio gemixt met niet-bio. Bovendien is de productiewijze van biokatoen niet per se maatschappelijk verantwoord.


Tip: zie je het GOTS-keurmerk, dan bestaat het kledingstuk voor minimaal 70 procent uit biologisch katoen.

2. Lyocell

Deze vezel - ook bekend onder de merknaam Tencel - komt uit de houtpulp van beuken- of eucalyptusbomen (vaak uit duurzame bossen) en is 100 procent biologisch afbreekbaar. Daarnaast wordt 99 procent van het water dat nodig is voor het productieproces hergebruikt. Verwerkt tot stof voelt lyocell zacht aan en is het net zo warm als wol, maar toch koel in de zomer. Lyocell is ook nog eens sterk, gaat lang mee, neemt veel vocht op en kreukt niet snel. Een groot nadeel van lyocell: het verwerken van de houtsnippers kost veel energie.

3. Hennep

Al eeuwen wordt hennep gebruikt om kleding van te maken. Niet zo vreemd, want deze plant groeit bijna uit zichzelf (en snel ook!) en heeft daarom weinig pesticiden en water nodig. Verder kun je er 3 keer meer stof uit halen dan uit katoen, waardoor het als grondstof minder impact heeft op het milieu. Het fijne aan hennep is dat het erg sterk is, lichtgewicht, ademend en antibacterieel. Minder prettig: de stof kan stug kan aanvoelen en wordt daarom vaak gemixt met katoen of zijde.


Wil je weten wat de milieu-impact van jouw favoriete stof is? Check dan de vergelijking van kledingmaterialen door Milieu Centraal.

Zo ben je ook goed bezig

Het stap-voor-stap verduurzamen van je garderobe kan op verschillende manieren. Je kunt kleding ruilen of lenen, een capsule wardrobe maken, kledingstukken recyclen of upcyclen (er iets anders, nieuws van maken), shoppen in je eigen kledingkast of bewust kiezen voor tweedehands. Probeer fast fashion in elk geval zoveel mogelijk links te laten liggen.


Waarom (en hoe) kies jij voor duurzame kleding? Deel het op social media met #ikbenbewust